Heel nors, alsof je de wereld verstoot
Nachten zijn lang en demonen ontwaken
Slapen lijkt slechts wat je angsten vergroot
Zwijgend en stil, het blijft onbesproken
Ik zie hoe je langzaam verdwijnt in de tijd
Stil tussen naasten geen vuur in je ogen
Het licht is verdwenen, je lach ben je kwijt
Geen zichtbare strijd, je vlucht niet voor dreiging
Maar voor iets in jezelf, ongrijpbaar en stil
Je vrees is geen monster, geen naam of gezicht
Het is een schaduw van vroeger, verduisterd en kil
Je spreekt je fel uit in je eigen verhaal
Geen oren naar dat wat een ander bedoelt
Ik reik je mijn hand, maar je pakt hem niet aan
Gedachten vervagen, terwijl de wind ze verkoelt

Geen opmerkingen:
Een reactie posten